Het Sint Elisabethsgasthuis in Utrecht was in 1491 het eerste weeshuis in Nederland. Een voorbeeld dat tussen 1550 en 1600 navolging vindt in bijna alle grote steden. Van al die tientallen weeshuizen is er nu echter geen enkele meer over. Wat is er met deze liefdadigheidsinstellingen gebeurd?

Weeshuizen in Nederland beschrijft de opkomst en evolutie van de wezenzorg in elf Nederlandse steden. Hieruit blijkt dat er grote overeenkomsten zijn, maar ook dat iedere stad de wezenzorg op een eigen manier aanpakte en anders reageerde op ingrijpende veranderingen als de eerste sociale wetgeving in 1854. Weeskinderen raakten vanaf dat moment steeds minder afhankelijk van de toevallige weldadigheid van goedgezinde stadsgenoten. Bovendien nam het aantal wezen snel af door de hogere overlevingskansen van hun ouders. Met de invoering van de Algemene Bijstandswet in 1965 verviel definitief het bestaansrecht van het weeshuis. Toch functioneren vandaag de dag nog tal van stichtingen die zijn voortgekomen uit de weeshuizen van weleer.

Opdrachtgever: Burgerweeshuis Meppel

Geschreven i.s.m. Thijs Rinsema