Nederland = verenigingenland. Vanaf 1900 schoten ze als paddenstoelen uit de grond. Je stond nu eenmaal sterker als er een organisatie achter stond. Gezondheidszorg, armoedebestrijding, woningbouw, werkverschaffing, politiek – alles werd aanvankelijk via verenigingen geregeld. Ontspanning werd geleidelijk aan belangrijker, maar dan wel met een idealistisch sausje erover. Dus voetballen, wandelen, zingen of muziek maken onder socialistisch vaandel, katholiek kazuifel of protestantse vlag.

Verschillende facetten van het verenigingsleven komen in dit fotoboek aan de orde: de oprichting en de genoemde verzuiling, maar ook het innen van contributie, het vergaderen over van alles en nog wat, het zingen van een verenigingslid en het aanmeten van de juiste clubkleding.

de Volkskrant

Onze club gaat nooit verloren is een must voor liefhebbers van het ‘wat-waren-we-toch-een-knus-landje’-gevoel. Sommige foto’s zijn van grote historische waarde.

Olaf Tempelman, de Volkskrant, 13-2-2009